DE LITURGIE VAN HET HUWELIJSJUBILEUM

 

101. LIED OF MUZIEK

 

·       In overleg met de priester of diaken wordt  er een openingslied of  muziek uitgezocht.

 

 

102. OPENING en VERWELKOMING

 

P:                    In de naam van de Vader en de Zoon en de hei­lige Geest.

Allen:              Amen.

P:                    De genade van onze Heer Jezus Christus, de liefde van God, en de

                        gemeenschap van de heilige Geest zij met U allen.

Allen:              En met uw geest.

 

            De priester of de diaken houdt een kort woord van welkom,

            en een inleiding op de viering.

 

 

104. ONTSTEKEN VAN EEN JUBILEUMKAARS

 

·       U kunt hier een kaars ontsteken ter gelegenheid van het jubileum.

 

 

111-113.  GEBED OM VERGEVING

 

·       Voor de viering van een sacrament, is het een goede gewoonte dat ieder die het wil meevie­ren, dat hij/zij eerlijk gaat staan tegenover elkaar en God, en daarom willen we ook eerlijk toegeven dat we wel eens tekort schieten. Na een korte inleiding kunnen we dan één van de onderstaande teksten bidden.

 

111               GEBED OM VERGEVING 1

 

P:                    Heer, Gij hebt ons bemind en U voor ons overgeleverd, ontferm U over ons.

Allen:              Heer, ontferm U over ons.

P:                    Christus, die de liefde van God in U draagt, ontferm U over ons.

Allen:              Christus, ontferm U over ons.

P:                    Heer, die ons als uw heilige en geliefde uitverkorenen vergeving geschonken hebt, ontferm U over ons.

Allen:              Heer, ontferm U over ons.

 

P:                    Moge de almachtige God zich over ons ontfer­men, onze zonden vergeven en ons geleiden tot het eeuwig leven.

Allen:              Amen.

 

 

 

112               GEBED OM VERGEVING 2

 

P:                    Heer, die ons uw liefde hebt geopenbaard, ontferm U over ons.

Allen:              Heer, ontferm U over ons.

P:                    Christus, die tot ons gezonden zijt om onze zonden uit te wissen, ontferm U over ons.

Allen:              Christus, ontferm U over ons.

P:                    Heer, die ons zozeer hebt liefgehad, dat ook wij elkaar moeten beminnen, ontferm U over ons.

Allen:              Heer, ontferm U over ons.

 

P:                    Moge de almachtige God zich over ons ontfer­men, onze zonden vergeven en ons geleiden tot het eeuwig leven.

Allen:              Amen.

113               GEBED OM VERGEVING 3

 

Allen:              Ik belijd voor de almachtige God en voor u allen, dat ik gezondigd heb in woord en gedachte, in doen en laten, door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn grote schuld. Daarom smeek ik de heilige Maria, altijd maagd, alle engelen en heiligen, en u, broeders en zusters, voor mij te bidden tot de Heer onze God.

P:                    Moge de almachtige God zich over ons ontfe­men, onze zonden vergeven en ons geleiden tot het eeuwig leven.

Allen:              Amen.

P:                    Heer, ontferm U over ons.

Allen:              Heer, ontferm U over ons.

P:                    Christus, ontferm U over ons.

Allen:              Christus, ontferm U over ons.

P:                    Heer, ontferm U over ons.

Allen:              Heer, ontferm U over ons.

 

 

131.  LOFZANG EER AAN GOD

 

·       Het is een goed gebruik dat bij extra plechtige gelegenheden deze lofzang wordt gezongen. Het is niet verplicht; het zal er misschien ook van afhangen of er een koor is die het op een feestelijke manier zingt.

 

Eer aan God in den hoge en vrede op aarde aan de mensen, die Hij liefheeft.           

            Wij loven U.

Wij prijzen en aanbidden U.

            Wij verheerlijken U en zeggen U dank voor uw grote heerlijkheid.

Heer God, hemelse Koning, God, almachtige Vader.

            Heer, eniggeboren Zoon, Jezus Christus.

Heer God, Lam Gods, Zoon van de Vader.

            Gij die wegneemt de zonden der wereld, ontferm U over ons.  

Gij die wegneemt de zonden der wereld, aan­vaard ons gebed.

            Gij die zit aan de rechterhand van de Vader, ontferm U over ons.

Want Gij alleen zijt de Heilige.

            Gij alleen de Heer.

Gij alleen de Aller­hoogste: Jezus Christus,

            met de heilige Geest in de heerlijkheid van God de Vader. Amen.

 

 

151-153. OPENINGSGEBED

 

·       In het openingsgebed drukken we heel speciaal de betekenis van de viering uit.

 

151

 

P:        Heer, Gij hebt ... en ... door de onverbrekelijke band van het huwelijk verenigd en door een innige verbondenheid sterk doen staan in voor- en tegenspoed. Wij bidden U: vermeerder en zuiver hun liefde, dat zij voor elkaar een teken blijven van genade, tot vreugde van henzelf en van al hun dierbaren. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en heerst, in de eenheid van de Heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen.

A:        Amen.

 

152

 

P:        God, almachtige Vader, zie vol goedheid naar deze echtgenoten ... en ... [evt:](en naar hun kinderen aan wie zij het leven en het geloof hebben doorgegeven). Zie naar het vele goed dat zij in deze .... jaar hebben verricht. Maak hun ouderdom tot een gezegende tijd, zoals Gij hun eerste liefde hebt bekrachtigd door het sacrament van het huwelijk. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en heerst, in de eenheid van de Heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen.

A:        Amen.

 

153

 

P:         God, wees hier aanwezig en luister welwillend naar ons gebed. Vanaf de schepping hebt Gij het huwelijk van man en vrouw ingesteld, om het voortbestaan te waarborgen van het menselijk leven. Daarom bidden wij U: moge de eenheid van de huwelijksband, waarvan Gij de schepper zijt, door uw helpende hand behouden blijven. Dat vragen wij U door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon, die met U leeft en heerst in de eenheid van de heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen.

Allen:              Amen.

 

 

DIENST VAN HET WOORD

 

·       In de Dienst van het Woord luisteren we naar woorden uit de Bijbel, naar God die tot ons spreekt. Daarom worden op deze plaats ook nooit teksten gelezen die niet uit de Bijbel komen. Hoewel er natuurlijk ook overal op de wereld hele mooie andere teksten geschreven zijn, heeft de Bijbel voor christenen een onvervangbare plaats.

·       De Dienst van het Woord bestaat uit minimaal twee lezingen: een eerste lezing uit het Oude of het Nieuwe Testament, en een lezing uit het Evangelie.

·       U mag ook drie lezingen kiezen. De eerste is dan uit het Oude Testament; de tweede uit het Nieuwe Testament, en de derde uit het Evangelie. Er is een ruime keuze beschik­baar.

 

201-212. LEZINGEN UIT HET OUDE TESTAMENT  Eerste lezing

 

 

201               LEZING 1

 

Uit het boek Genesis (1,26-28.31a)

 

In het begin, bij de schepping van hemel en aarde, sprak God, toen Hij de dieren had ge­schapen: 'Nu gaan wij de mens maken, als beeld van Ons, op Ons gelijkend; hij zal hee­rsen over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht, over de tamme dieren, over alle wilde beesten en over al het ge­dierte dat over de grond kruipt.' En God schiep de mens als zijn beeld, als het beeld van God schiep Hij hen; man en vrouw schiep Hij hen. God zegende hen, en God sprak tot hen: 'Weest vruchtbaar en wordt talrijk; be­volkt de aarde en onderwerpt haar; heerst over de vissen van de zee, over de vogels van de lucht, en over al het gedierte dat over de grond kruipt.' En God bezag alles wat Hij gemaakt had en Hij zag dat het zeer Goed was.

 

202               LEZING 2

 

Uit het boek Genesis (2,18-24)

 

In het begin, bij de Schepping van hemel en aarde, na de schepping van de eerste mens, sprak God de Heer: "Het is niet goed dat de mens alleen blijft. Ik ga een hulp voor hem maken die bij hem past". Toen boetseerde God de Heer uit de aarde alle dieren op het land en alle vogels van de lucht en bracht ze bij de mens om te zien hoe Hij ze noemen zou: zoals de mens ze zou noemen, zo zouden ze heten. De mens gaf dus namen aan al de tamme dieren en aan al de vogels van de lucht en aan al de wilde beesten; maar een hulp die bij hem paste vond de mens niet. Toen liet God de Heer de mens in een diepe slaap vallen; en terwijl hij sliep nam Hij één van zijn ribben weg en zette er vlees voor in de plaats. Daarna vormde God de Heer uit de rib die Hij bij de mens had weggenomen een vrouw, en bracht die naar de mens. toen sprak de mens: "Eindelijk been van mijn gebeente, en vlees van mijn vlees! Mannin zal zij heten, want uit een man is zij genomen". Zo komt het dat een man zijn vader en moeder verlaat en zich zo aan zijn vrouw hecht, dat zij volkomen één worden.

 

203. Of in verkorte versie:   (Uit het boek Genesis, 2, 18.24)

 

In het begin, bij de Schepping van hemel en aarde, na de schepping van de eerste mens, sprak God de Heer: "Het is niet goed dat de mens alleen blijft. Ik ga een hulp voor hem maken die bij hem past". Zo komt het dat een man zijn vader en moeder verlaat en zich zo aan zijn vrouw hecht, dat zij volkomen één worden.

 

207               LEZING 4

 

Uit het Hooglied van Salomo (2,8-10.14.16a;8,6-7a)

 

Hoor, daar is mijn geliefde; kijk, daar komt hij aan, over de heuvels snelt hij voort. Mijn geliefde is als een gazel, hij lijkt wel het jong van een hert. Daar staat hij achter de muur van ons huis. Hij ziet door het raam en kijkt door de tralies naar binnen. Nu roept mijn geliefde en zegt tegen mij: Sta op, mijn liefste, kom toch, mijn schoonste. Mijn duif, die u verscholen hebt in de kloven van het gesteente, in de holten van de rot­sen, laat mij uw gezicht zien, laat mij uw stem horen, want uw stem is zo mooi, uw ge­zicht zo lieftallig! Mijn lief is van mij en ik ben van hem. En Hij zei tegen mij: Draag mij als een zegel op uw hart, als een zegel aan uw arm: want sterk als de dood is de liefde, met de onverbidde­lijkheid van het dodenrijk sluit zij ieder ander buiten. Haar vonken zijn als bliksem­schichten, vlammen van de Heer. Geen stortvloed van water kan de liefde blussen, geen rivier spoelt haar weg.

 

208               LEZING 5

 

Uit het boek Ecclesiasticus (26,1-4.13-16)

 

Een goede vrouw maakt haar man dubbel geluk­kig, het getal van zijn dagen wordt dubbel zo groot. Een flinke vrouw is een vreugde voor haar man, zij laat hem al zijn jaren in vrede voortbrengen. Met een goede vrouw is men goed bedeeld; wie God vrezen, krijgen haar als hun deel. Rijk of arm, hun hart is gelukkig en hun gezicht staat altijd opgewekt. Een beval­lige vrouw verblijdt haar man, haar waardig­heid geeft hem nieuwe levenskracht. Een vrouw die bescheiden is, is een geschenk van de Heer; zij die onderlegd is, wordt hoog gepre­zen. Een ingetogen vrouw is een grote zegen en niets weegt op tegen haar zelfbeheersing. Als de zon die opgaat aan de hoge hemel van de Heer, zo is de schoonheid van een goede vrouw, het sieraad van haar gezin.

 

209               LEZING 6

 

Uit het boek der Spreuken (31,10-12.17-18.20-21.25-29)

 

Een sterke vrouw, wie zal haar vinden? Haar waarde gaat die van koralen ver te boven! Het hart van haar man vertrouwt op haar en het zal hem aan winst niet ontbreken. Zij brengt hem geluk, geen ongeluk, alle dagen van zijn leven. Zij omgordt haar lenden met kracht en maakt haar armen sterk. Zij merkt dat haar ondernemingen slagen; 's nachts gaat haar lamp niet uit. Zij opent haar hand voor de behoeftige en strekt haar handen uit naar de misdeelde. Zij vreest voor haar gezin geen sneeuw, want heel haar gezin is in scharlaken gekleed. Kracht en luister zijn haar gewaad en zij ziet lachend de komende dag tegemoet. Zij opent haar mond en zij spreekt wijsheid; van haar tong komen lieflijke lessen. Zij gaat de gangen van haar gezin na en eet haar brood niet in ledigheid. Haar zonen staan op en prijzen haar gelukkig, haar man staat op en roemt haar: "Vele vrouwen hebben zich wakker gedragen, maar gij overtreft ze alle!"

 

210               LEZING 7

 

Uit het boek Prediker (1, 12-18; 2,12-16.22-24)

 

De woorden van Prediker, zoon van David, koning in Jeruzalem: “Prediker, was koning over Israël in Jeruzalem. Ik had mij voorgenomen in alles wat onder de hemel gebeurt ijverig te zoeken naar wijsheid: een trieste bezigheid die God de mens heeft opgelegd om er zich mee af te tobben. Ik bekeek al het gedoe onder de zon. En het bleek allemaal ijdel en grijpen naar wind. Wat krom is krijg je niet recht en wat ontbreekt kun je niet meetellen. Ik zei bij mezelf:  Ik heb nu meer wijsheid verworven dan al mijn voorgangers in Jeruzalem. Overvloed van wijsheid en kennis heb ik opgedaan. Ik nam mij voor het verschil te leren kennen tussen wijsheid en dwaasheid, tussen kennis en onverstand. Maar ik kwam tot het inzicht: ook dat is grijpen naar wind. Want veel wijsheid brengt veel verdriet;  en hoe groter de kennis, hoe groter de smart. Ik richtte mijn aandacht weer op de wijsheid  en vergeleek ze met dwaasheid en onverstand. Wat kan een opvolger doen? Niets meer dan zijn voorganger. Ik weet wel dat wijsheid iets voorheeft op dwaasheid, zoals licht iets voorheeft op duisternis: een wijze heeft ogen in zijn hoofd, terwijl een dwaas in het duister tast. Maar tegelijk stel ik vast dat beiden eenzelfde lot beschoren is. Daarom zei ik bij mezelf: Als mijn lot hetzelfde is als dat van een dwaas,  waar heeft mijn wijsheid dan toe gediend? Zo kwam ik tot de slotsom: ook dat is ijdel. Aan een wijze blijft men evenmin denken als aan een dwaas. Op de duur worden beiden vergeten. Het is treurig, maar de wijze sterft net als de dwaas. Wat heeft een mens dan aan zijn gezwoeg,  aan al zijn zorgen en tobben onder de zon? Het beste voor de mens is nog: eten en drinken en genieten van wat hij met veel zwoegen bereikt heeft. Want ook dat, zo begreep ik, komt uit de hand van God.”

 

211               LEZING 8

 

Uit het boek Prediker (2, 1-2.4-11.18-19.21-24)

 

De woorden van Prediker, zoon van David, koning in Jeruzalem: “Ik zei bij mezelf: Zoek het eens in het plezier en geniet van het goede. Maar dat bleek ijdel. Lachen is dwaasheid, zeg ik, en plezier maken levert niet op. Ik heb grootse werken ondernomen. Huizen heb ik gebouwd en wijngaarden geplant. Ik heb tuinen en parken aangelegd en ze met allerlei fruitbomen volgeplant. Ik heb vijvers aangelegd om een bos van jonge bomen te bevloeien. Mijn veestapel, runderen en schapen, was groter dan die van al mijn voorgangers in Jeruzalem. Ook kostbaarheden stapelde ik op: zilver en goud uit alle koninkrijken en provincies. Zo was ik machtiger en rijker dan al mijn voorgangers in Jeruzalem; bovendien had ik nog mijn wijsheid. Niets wat mijn ogen begeerden heb ik ze onthouden;  geen genoegen heb ik mij ontzegd.  Naar hartelust genoot ik van alles wat ik verworven had. Dat althans had ik met mijn zwoegen bereikt. Maar toen ik terugzag op alles wat ik gepresteerd had en op al de moeite die mij dat gekost had, stelde ik vast: het is allemaal ijdel en grijpen naar wind. Er valt niets mee te winnen onder de zon. Het vreselijkste leek mij dat ik alles  wat ik met mijn zwoegen onder de zon had bereikt, aan mijn opvolger moest achterlaten. En wie weet of hij een wijs man zal zijn of een dwaas? Toch zal hij beschikken over alles  wat ik met wijsheid bij elkaar gebracht heb onder de zon. Ook dat is ijdel. Want heeft iemand door zijn kennis en wijsheid moeizaam iets gepresteerd,  hij moet het toch overlaten aan een ander die er niets voor gedaan heeft. Ook dat is ijdel, onzinnig. Wat heeft een mens dan aan zijn gezwoeg,  aan al zijn zorgen en tobben onder de zon? Zijn leven is een lijdensweg, zijn werk een bron van ellende. Zelfs ' s nachts vindt hij geen rust. Ook dat is ijdel. Het beste voor de mens is nog: eten en drinken en genieten van wat hij met veel zwoegen bereikt heeft. Want ook dat, zo begreep ik, komt uit de hand van God.”

 

212               LEZING 9

 

Uit het boek Prediker (3, 1-13)

 

De woorden van Prediker, zoon van David, koning in Jeruzalem: “Alles heeft zijn uur, alle dingen onder de hemel hebben hun tijd. Er is een tijd om te baren en een tijd om te sterven, een tijd om te planten en een tijd om wat geplant is te oogsten. Een tijd om te doden en een tijd om te genezen, een tijd om af te breken en een tijd om op te bouwen. Een tijd om te huilen en een tijd om te lachen,  een tijd om te rouwen en een tijd om te dansen. Een tijd om stenen weg te gooien en een tijd om stenen te verzamelen, een tijd om te omhelzen en een tijd om van omhelzen af te zien. Een tijd om te zoeken en een tijd om te verliezen,  een tijd om te bewaren en een tijd om weg te doen. Een tijd om stuk te scheuren en een tijd om te herstellen,  een tijd om te zwijgen en een tijd om te spreken. Een tijd om lief te hebben en een tijd om te haten,  een tijd voor oorlog en een tijd voor vrede. Wat heeft iemand dan aan al zijn werken en zwoegen? Ik overzag de bezigheden die God de mensen heeft opgelegd  om er zich mee af te tobben. Alles wat Hij doet is goed op zijn tijd; ook heeft Hij de mens besef van duur ingegeven, maar toch blijft Gods werk voor hem van het begin tot het eind ondoorgrondelijk. Daarom lijkt het mij voor de mens nog het beste vrolijk te zijn en het er goed van te nemen. Als hij kan eten en drinken en genieten van wat hij met al zijn zwoegen bereikt heeft, is dat immers een gave van God.”

 

 

220-229.  LEZINGEN UIT HET NIEUWE TESTAMENT  Eerste of Tweede Lezing

 

220               LEZING 1

 

Uit de eerste brief aan de Korintiërs (1,4-9)

 

Broeders en zusters, Steeds weer zeg ik God dank voor de genade die u in Christus Jezus is gegeven. Want in Christus zijt ge in ieder opzicht rijk begiftigd met alle gaven van woord en kennis, naarmate het getuigenis van Christus bij u ingang vond. Op dit punt komt ge niets tekort, terwijl gij vol verwachting uitziet naar de openbaring van onze Heer Jezus Christus. Hij zal u ook doen standhouden tot het einde, zodat u geen blaam treft op de dag van onze Heer Jezus. God is getrouw, die u geroepen heeft tot gemeenschap met zijn Zoon, onze Heer Jezus Christus.

 

221               LEZING 2

 

Uit de brief aan de Romeinen (8,31b-35.37-39)

 

Broeders en zusters, indien God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn? Hij heeft zelfs zijn eigen Zoon niet gespaard, voor ons allen heeft Hij Hem overgeleverd. En zou Hij ons na zulk een gave ook niet al het andere schenken? Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God die rechtvaar­digt? Wie zal hen veroordelen? Christus Jezus misschien, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en die, gezeten aan Gods rechter­hand, onze zaak bepleit? Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus? Verdruk­king wellicht of nood, vervolging, honger, naakt­heid, levensgevaar of het zwaard? Maar over dit alles zegevieren wij glansrijk, dank zij Hem die ons heeft liefgehad. Ik ben ervan overtuigd, dat noch de dood noch het leven, noch engelen noch boze geesten, noch wat is noch wat zijn zal, en geen macht in den hoge of in de diepte, noch enig wezen in het heelal ons zal kunnen scheiden van de liefde Gods, die is in Christus Jezus onze Heer.

 

222               LEZING 3

 

Uit de brief aan de Romeinen (12,1-2.9-13)

 

Broeders en zusters, ik smeek U bij Gods er­barming; wijdt uzelf toe aan God als een le­vende, heilige offergave, die Hij kan aan­vaarden. Dat is de geestelijke eredienst die u past. Stemt uw gedrag niet af op deze we­reld. Wordt andere mensen met een nieuwe vi­sie. Dan zijt ge in staat om uit te maken wat God van u wil en wat goed is, wat zeer goed is en volmaakt. Uw liefde moet ongeveinsd zijn. Haat het kwaad, weest het goede welge­zind. Bemint elkander met hartelijk met broe­derlijke genegenheid. Acht anderen hoger dan uzelf. Laat uw ijver niet verflauwen, weest vurig van geest, dient de Heer. Laat de hoop u blij maken, houdt stand in de verdrukking, volhardt in het gebed. Draagt bij voor de no­den der heiligen, beoefent de gastvrijheid.

 

223               LEZING 4

 

Uit de eerste brief aan de Korintiërs (12,31-13,8a)

 

Broeders en zusters, gij moet naar de hoogste gaven streven. Maar eerst wijs ik U een weg die verheven is boven alles. Al spreek ik met de tongen van engelen en mensen: als ik de liefde niet heb, ben ik een galmend bekken of een schelle cimbaal. Al heb ik de gave van profetie, al ken ik alle geheimen en alle we­tenschap, al heb ik het volmaakte geloof dat bergen verzet: als ik de liefde niet heb, ben ik niets. Al deel ik heel mijn bezit uit, al geef ik mijn lichaam prijs aan de vuurdood: als ik de liefde niet heb, baat het mij niets. De liefde is lankmoedig en goedertie­ren; de liefde is niet afgunstig, zij praalt niet, zij beeldt zich niets in. Zij geeft niet om schone schijn, zij zoekt zichzelf niet, zij laat zich niet kwaad maken en re­kent het kwaad niet aan. Zij verheugt zich niet over onrecht maar vindt haar vreugde in de waar­heid. Alles verdraagt zij, alles ge­looft zij, alles duldt zij. De liefde vergaat nimmer.

 

224               LEZING 5

 

Uit de brief aan de Efeziers (5,1-2a.25-33)

 

Weest navolgers van God, zoals geliefde kinderen past. Leidt een leven van liefde naar het voorbeeld van Chris­tus, die ons heeft bemind en zich voor ons heeft overgeleverd. Mannen, hebt uw vrouw lief, zoals Christus de kerk heeft liefgehad: Hij heeft zich voor haar overgeleverd om haar te heiligen, haar reinigend door het waterbad met het woord. Hij heeft de kerk tot zich gevoerd als een heerlijke bruid, zonder vlek of rimpel of fout, heilig en onbesmet. Zo moeten ook de mannen hun vrouwen liefheb­ben, zoals ze hun eigen lichaam liefhebben. Wie zijn vrouw bemint, bemint zichzelf. Niemand heeft ooit zijn eigen vlees gehaat; integen­deel, hij voedt en koestert het. En zo doet Christus met de kerk, omdat wij ledematen zijn van zijn lichaam. Daarom zal de man vader en moeder verlaten om zich te hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen een vlees zijn. Dit geheim heeft een diepe zin. Ik voor mij betrek het op Christus en de kerk. Hoe dit ook zij, ieder van u moet zijn vrouw beminnen als zichzelf en de vrouw moet ontzag hebben voor haar man.

 

225               LEZING 6

 

Uit de brief aan de Kolossenzen (3,12-17)

 

Broeders en zusters, doet aan als Gods heili­ge en geliefde uitverkorenen, tedere ontfer­ming, goedheid, deemoed, zachtheid en geduld. Vergeeft elkaar als de een tegen de ander een grief heeft. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook gij elkaar vergeven. Voegt bij dit alles de liefde als de band der volmaakt­heid. En laat de vrede van Christus heersen in uw hart; daartoe zijt gij immers geroepen, als leden van één lichaam. En weest dankbaar. Het woord van Christus moge in volle rijkdom onder u wonen. Leert en vermaant elkander met alle wijsheid. Zingt voor God met een dank­baar hart psalmen, hymnen en liederen, in­ge­geven door de Geest. En al wat gij doet in woord of werk, doet alles in de Naam van Je­zus de Heer, God de Vader dankend door Hem.

 

 

 

226               LEZING 7

 

Uit de eerste brief van de heilige apostel Petrus (3,3-5a.6b-12)

 

Zoekt uw schoon­heid niet in uiterlijke dingen, zoals kunstige kapsels, gouden sieraden en mooie kleren, maar veeleer in de innerlijke hoeda­nigheden van het hart, in het onverganke­lijke sieraad van een zacht en gelijkmatig gemoed, dat kostbaar is in het oog van God. Zo tooiden zich eertijds de heilige vrouwen die hun hoop hadden gesteld op God. Gij toont u haar dochters, als gij deugdzaam leeft en geen verschrik­king vreest. Eveneens gij, mannen, toont in het huwelijk begrip voor uw vrouwen; bewijst hun de eer die hen toekomt, want met u zijn zij erfgena­men van de genade des levens; dan zullen uw gebeden geen belemme­ring ondervin­den. Tenslotte, weest allen eensgezind in meegevoel, broeder­liefde, barm­hartigheid en ootmoed. Vergeldt geen kwaad met kwaad; als men u uitscheldt, scheldt dan niet terug. Integendeel, zegent elkander, opdat gij de zegen verwerft waartoe gij geroepen zijt. Want Wie het leven liefheeft en gelukkige dagen wil genieten, weerhoude zijn tong van het kwade en zijn lippen van het spreken van bedrog. Laat hij het kwade mijden en het goede doen, vrede zoeken en die nastreven. Want de ogen van de Heer zijn gericht op de recht­vaardi­gen en zijn oren gewend naar hun smeken.

 

227               LEZING 8

 

Uit de eerste brief van Johannes (3,18-24)

 

Kinderen, wij moeten niet liefhebben met woorden en leuzen maar met concrete daden. Dat is onze maatstaf; daar­door krijgen wij de zeker­heid dat wij thuishoren bij de waarachtige God. Dan mogen wij ook voor zijn aan­schijn ons geweten geruststel­len, ook als het ons veroordeelt, want God is groter dan ons hart en Hij weet alles. Dierbare vrienden, daar ons geweten ons niet hoeft te veroordelen, mogen wij vrijmoedig met God omgaan; wij krijgen van Hem alles wat wij vragen, omdat wij zijn geboden onderhouden en doen wat Hem aange­naam is. En dit is zijn gebod: van harte geloven in zijn Zoon Jezus Christus en elkaar liefhebben zoals Hij ons bevolen heeft. Wie zijn geboden onderhoudt blijft in God, en God blijft in hem. En dat Hij in ons woont weten we door de Geest die Hij ons gegeven heeft.

 

228               LEZING 9

 

Uit de eerste brief van Johannes (4,7-12)

 

Vrienden, laten wij elkander liefhebben, want de liefde komt van God. Iedereen die lief­heeft is kind van God en kent God. De mens zonder liefde kent God niet, want God is liefde. En de liefde die God is, heeft zich onder ons geopenbaard doordat Hij zijn enige Zoon in de wereld gezonden heeft, om ons het leven te brengen. Hierin bestaat de liefde: niet wij hebben God liefgehad, maar Hij heeft ons liefgehad, en Hij heeft zijn Zoon gezonden om door het offer van zijn leven onze zonden uit te wissen. Vrienden, als God ons zozeer heeft liefgehad, moeten ook wij elkaar beminnen. Nooit heeft iemand God ge­zien, maar als wij liefhebben, woont God in ons en is zijn liefde in ons volmaakt gewor­den.

 

 

 

 

 

229               LEZING 10

 

Uit de Openbaring van Johannes (19,1a.7-9)

 

Ik, Johannes, hoorde iets als de machtige stem van een grote menigte uit de hemel. En zij riepen:  Laat ons blij zijn en juichen en Hem de eer geven: de tijd is gekomen voor de bruiloft van het Lam en zijn bruid heeft zich al klaarge­maakt.'' Voor haar bruidskleed kreeg ze smetteloos, blinkend lijnwaad; zinne­beeld van de goede daden van de heiligen. En de engel zei tot mij: “Schrijf op: zalig zij die genodigd zijn tot het bruilofts­maal van het Lam.'' En hij voegde eraan toe: “Dit zijn de eigen woor­den van God.''

 

 

240. TUSSENZANG / LIED / MUZIEK

 

·                     Als u een eerste en een tweede lezing kiest, kunt u tussen elke lezing een lied zetten.

 

 

251-259. EVANGELIE

 

·                     Het is gebruikelijk bij de viering van ieder sacrament een stuk uit het Evangelie te lezen. In ieder sacrament komt Jezus aanwezig, het is niet meer dan logisch Jezus ook eerst aan het woord te laten. U kunt kiezen uit de onderstaande tekstselectie, maar mocht u hier niets vinden wat u aanspreekt, kunt u ook iedere andere willekeurige tekst uit één van de Evangelies kiezen; mits genomen uit de Willibrordvertaling. De priester of diaken leest het evangelie voor.

 

 

251               EVANGELIE 1

 

Uit het evangelie volgens Matteus (5,1-12a)

 

In die tijd, toen Jezus deze menigte zag, ging Hij de berg op en, nadat Hij zich had neergezet, kwamen zijn leerlingen bij Hem. Hij nam het woord en onder­richtte hen aldus: “Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen. Zalig de treurenden, want zij zullen getroost worden. Zalig de zachtmoedi­gen, want zij zullen het land bezitten. Zalig die hongeren en dorsten naar de gerech­tigheid, want zij zullen verzadigd worden. Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervin­den. Zalig de zuiveren van hart, want zij zullen God zien. Zalig die vrede brengen, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. Zalig die vervolgd worden om de gerechtigheid, want hun behoort het Rijk der hemelen. Zalig zijt gij, wanneer men u beschimpt, vervolgt en lasterlijk van allerlei kwaad beticht om Mijnent­wil: Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel.

 

252               EVANGELIE 2

 

Uit het Evangelie volgens Matteus (5,13-16)

 

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Gij zijt het zout der aarde. Maar als het zout zijn kracht verliest, waar mee zal men dan zouten? Het deugt nergens meer voor dan om wegge­worpen en door de mensen vertrapt te worden. Gij zijt het licht der wereld. Een stad kan niet verborgen blijven als ze boven op een berg ligt! Men steekt toch ook niet een lamp aan om ze onder de korenmaat te zetten, maar men plaatst ze op de standaard, zodat ze licht geeft voor allen die in huis zijn. Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel is.”

 

253               EVANGELIE 3

 

Uit het evangelie volgens Matteus (19,3-6a)

 

In die tijd kwamen er Farizeeën naar Jezus toe om Hem op de proef te stel­len met de vraag: 'Staat het een man vrij zijn vrouw te verstoten, om wel­ke reden dan ook?' Hij gaf hun ten antwoord: Hebt Gij niet gelezen, dat de Schepper in het begin hen als man en vrouw heeft gemaakt en gezegd hee­ft: Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten om zich te binden aan zijn vrouw en deze twee zullen wor­den: één vlees? Zo zijn zij niet lan­ger twee, één vlees als zij geworden zijn.

 

254               EVANGELIE 4

 

Uit het evangelie volgens Matteus (22,35-40)

 

In die tijd vroeg een van hen, een wetgeleerde, vroeg Hem om Hem op de proef te stellen: “Mees­ter, wat is het voor­naamste gebod in de Wet?'' Hij ant­woordde hem: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart, geheel uw ziel en geheel uw verstand. Dit is het voornaam­ste en eerste gebod. Het tweede, daarmee gelijkwaar­dig: Gij zult uw naaste beminnen als uzelf. Aan deze twee geboden hangt heel de Wet en de Profeten.''

 

255               EVANGELIE 5

 

Uit het evangelie volgens Johan­nes (2,1-11)

 

In die tijd was er een bruiloft te Kana in Galilea, waarbij de moeder van Jezus aanwezig was. Jezus en zijn leerlingen waren eveneens op die bru­iloft uitgenodigd. Toen de wijn op­raakte zei de moeder van Jezus tot Hem: 'ze hebben geen wijn meer.' Jezus zei tot haar: 'Vrouw, is dat soms uw zaak? Nog is mijn uur niet gekomen.' Zijn moeder sprak tot de be­dienden: 'Doet maar wat Hij u zeggen zal.' Nu stonden daar volgens het reinigingsgebruik van de Joden zes stenen kruiken elk met een inhoud van ongeveer twee of drie metreten. Jezus zei hun: 'Doet die kruiken vol water.' Zij vulden ze tot bovenaan toe. Daarop zei Hij hun: 'schept er nu wat uit en brengt dat aan de tafelmeester.' Dat deden ze en zodra de tafelmeester het water proefde dat in wijn veranderd was -hij wist niet waar die wijn vandaan kwam- riep hij de bruidegom en zei hem: 'Iedereen zet eerst de goede wijn voor en wanneer men eenmaal goed gedronken heeft de mindere. U hebt de goede wijn tot nu toe bewaard.' Zo maakte Jezus te Kana in Galilea een begin met de tekenen en openbaarde zijn heerlijkheid. En zijn leerlingen geloofden in Hem.

 

 

 

 

 

 

256               EVANGELIE 6

 

Uit het Evangelie volgens Johannes (15,9-12)

 

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Zoals de Vader Mij heeft liefge­had, zo heb ook Ik u liefgehad. Blijft in mijn liefde. Als gij mijn geboden onderhoudt, zult gij in mijn liefde blijven, gelijk Ik, die de geboden van mijn Vader heb onderhouden, in zijn liefde blijf. Dit zeg Ik u, opdat mijn vreugde in u moge zijn en uw vreugde volkomen moge worden. Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad.”

 

257               EVANGELIE 7

 

Uit het evangelie volgens Johannes (15, 12-16)

 

In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: “Geen groter liefde kan iemand hebben dan de­ze, dat hij zijn leven geeft voor zijn vrien­den. Gij zijt mijn vrienden, als gij doet wat Ik u gebied. Ik noem u geen dienaars meer, maar vrienden, want de dienaar weet niet wat zijn heer doet, maar Ik heb u vrienden ge­noemd, want Ik heb u alles meegedeeld wat Ik van mijn Vader heb ontvangen. Niet gij hebt Mij uitgekozen, maar Ik u, en Ik heb u de taak gegeven op tocht te gaan en vruchten voort te brengen die blijvend mogen zijn. Dan zal de Vader u geven al wat gij Hem in Mijn Naam vraagt.”

 

258               EVANGELIE 8

 

Uit het evangelie volgens Johannes (17,­20-23)

 

In die tijd sloeg Jezus zijn ogen ten hemel en bad: 'Heilige Vader, niet voor hen alleen bid Ik, maar ook voor hen die door hun woord in Mij geloven, opdat zij allen één mogen zijn zoals Gij, Vader in Mij en Ik in U; dat zij ook in Ons mogen zijn opdat de wereld gelove dat Gij Mij gezonden hebt. Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die Gij Mij geschon­ken hebt, opdat zij volmaakt één zijn zoals wij één zijn en opdat de wereld zal erkennen, dat Gij Mij hebt gezonden en hen hebt liefge­had zoals Gij Mij heb liefge­had.

 

259               EVANGELIE 9

 

Uit het Evangelie volgens Marcus (10,6-9)

 

In die tijd zei Jezus: In het begin, bij de schepping, heeft God hen als man en vrouw gemaakt. Daarom zal de man zijn vader en moeder verlaten om zich te binden aan zijn vrouw en deze twee zullen een vlees worden. Zo zijn zij dus niet langer twee, een vlees als zij geworden zijn. Wat God derhalve heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.''

 

 

 

270. PREEK

 

 

JUBILEUMRITUEEL

 

·       Het is een mooi en zinvol gebruik om tijdens de jubileumdienst de huwelijksbelofte te hernieuwen. Vaak is het een gevoelig moment, waarop het vuur en de genade van het begin weer terugkomen...

 

325  HERNIEUWING VAN DE HUWELIJKSBELOFTEN

 

P/D:     Bij gelegenheid van uw huwelijksjubileum wilt u nu de wederzijdse beloften van uw huwelijksdag ten overstaan van de Heer vernieuwen. Die dag heeft u door het sacrament van het huwelijk uw leven in een onverbrekelijke band met elkaar verbonden. Richt dan nu uw gebeden tot de Heer, dat deze beloften door zijn goddelijke genade mogen standhouden.

 

·       Man en vrouw geven elkaar opnieuw de rechterhand.

 

Man:               Gezegend zijt Gij, goede God, want door U heb ik .... tot mijn vrouw genomen.

 

Vrouw:           Gezegend zijt Gij, goede God, want door U heb ik .... tot mijn man genomen.

 

Beiden:          Gezegend zijt Gij, God, want in de goede en kwade dagen van ons leven zijt Gij ons met uw mildheid nabij geweest. Wij bidden U: blijf bij ons met uw hulp om onze liefde voor elkaar trouw te behoeden. Mogen wij zo goede getuigen zijn van het verbond dat Gij met ons mensen gesloten hebt.

 

P/D:                 De Heer beware u alle dagen va uw leven. Moge Hij voor u een trooster zijn bij tegenspoed, een helper bij voorspoed. Moge Hij uw huis en uw gezin met rijke overvloed zegenen. Door Christus onze Heer.

Allen:             Amen.

 

326  HERNIEUWING VAN DE HUWELIJKSBELOFTEN

 

P/D:     Vrienden, God is de liefdevolle Vader van de hele schepping: van de eerste schepping der natuur en van de nieuwe schepping door zijn genade. In het huwelijk brengt Hij de oude en de nieuwe schepping samen, zoals Hij dag na dag in de Eucharistie Brood en Wijn samenbrengt om te worden: Lichaam en Bloed van Jezus onze Heer. Vandaag zijn wij hier samengekomen om God dank te zeggen voor de rijke gaven die we in het huwelijk mochten ontvangen. Samen willen we, in de kracht van de heilige Geest, ook bidden om vernieuwende bezieling voor allen die christelijk gehuwd zijn.

 

Gebed

 

P/D:     Vader, U hebt van het huwelijk een heilig geheim gemaakt, een teken van Christus' liefde voor de kerk. Vanuit een diep geloof in U en elkaar, beloven deze gehuwden hier opnieuw elkaar oprecht lief te hebben. Wij bidden U: dat hun liefde mag getuigen van uw goddelijke liefde voor de wereld. Dat vragen wij U door Jezus Christus onze Heer, die met U leeft en heerst, in de eenheid van de heilige Geest, God, door de eeuwen der eeuwen.

A:        Amen.

 

 

P/D:     God, Gij heiligt de mens in het doopsel en versterkt hem in het huwelijk. Nu deze gehuwden hun trouwbeloften willen hernieuwen, bidden wij U: maak hun liefde dieper en hun geloof krachtiger.

 

·       Man en vrouw geven elkaar opnieuw de rechterhand.

 

Beiden:                      Ik hernieuw mijn verbond met jou, en beloof je trouw te blijven, in goede en kwade dagen, in rijkdom en armoede, in ziekte en gezond­heid. Ik beloof je mijn tedere liefde tot de dood ons scheidt.

 

Allen:             Wij danken God.

 

 

334-337. ZEGENING EN OVERREIKING VAN DE RINGEN   

 

334

 

P/D:            Heer, geef uw zegen aan ... en ..., en heilig in hen de liefde voor elkaar. Voor hen zijn deze ringen een kostbaar symbool van hun trouw, Mogen zij hen steeds weer opwekken elkaar met genegenheid lief te hebben. Door Christus onze Heer.

 

Allen:              Amen.

 

335

 

P/D:            Heer, zegen deze ringen. Mogen ... en ... dit sieraad dragen onder de zegen van uw Naam en hun trouw bewaren als een kostbaar goed. Mogen zij naar uw bedoeling in uw vrede leven en gelukkig zijn in hun liefde voor elkaar. Door Christus onze Heer.

 

Allen:              Amen.

 

336

 

P/D:            God, wil de liefde van deze mensen, ... en ..., versterken en heiligen. Als teken van hun onderlinge trouw hebben zij elkaar ringen geschonken. Mogen zij door het dragen van deze ringen hechter groeien in de onderlinge verbondenheid die het sacrament van het huwelijk hun schenkt. Dat vragen wij U door Christus onze Heer.

 

Allen:              Amen.

 

337          Als het gaat om nieuwe ringen, neemt men altijd dit gebed:

 

P/D:            God, geef uw zegen aan ... en ... die U willen dienen, en heilig hen in hun liefde voor elkaar. Voor hen zijn deze ringen een kostbaar symbool van hun trouw. Mogen zij hen steeds weer opwekken elkaar met genegenheid lief te hebben en getuigen te zijn van de genade die zij ontvangen hebben in het sacrament van het huwelijk. Zo bidden wij U door Christus onze Heer.

 

Allen:              Amen.

 

 

341. ONTSTEKING VAN DE JUBILEUMKAARS

 

·      Eventueel kunt u hier een kaars ontsteken als u dat niet al aan het begin van de viering deed.

 

350. FEESTELIJK LIED

 

·       Dit lied kan worden gezongen tijdens het ontsteken van de kaars.

 

 

366-369. VOORBEDE

 

·      In de beden die worden uitgesproken bidden de gelovigen voor de speciale noden, intenties en gedachten waarmee deze viering wordt gehouden. Het is het mooiste als u ze helemaal zelf maakt. U kunt ook kiezen uit één van de onderstaande nummers. De beden zelf worden bij voorkeur gelezen door iemand anders dan de priester of diaken, bijvoorbeeld door iemand uit de familie.

 

366    VOORBEDE

 

P:        God is bij machte ons als een vader nabij te zijn. In zijn voorzienigheid en wijs beleid heeft Hij door alle tijden het welzijn en behoud van mensen zin en betekenis gegeven in de liefde en de trouw (en de vruchtbaarheid) van echtgenoten. Roepen wij dan nu ook zijn Naam aan: “Ik-zal-er-zijn-voor-u”, en bidden wij om zijn goedheid.

 

Allen:  Heer, hernieuw de trouw van wie U dienen.

 

Heilige Vader, een trouwe God wordt U genoemd, U verlangt van ons toewijding aan uw verbond en vergeldt onze trouw. Schenk in overvloed uw zegen aan ... en ... die vandaag hun ...-jarig huwelijksfeest vieren. Daarom bidden wij:

 

Allen:  Heer, hernieuw de trouw van wie U dienen.

 

Heilige Vader, van alle eeuwigheid deelt U volkomen de eenheid van leven en de gemeenschap in liefde met de Zoon en de heilige Geest. Schenk uw genade aan deze echtgenoten en laat hen die hun verbond in liefde bevestigd hebben in het sacrament van het huwelijk die steeds gedenken en trouw bewaren. Daarom bidden wij:

 

Allen:  Heer, hernieuw de trouw van wie U dienen.

 

Heilige Vader, in uw wijs beleid beschikt U alles wat mensen in hun leven ervaren, naar een gelovige deelname aan Christus’ heilswerk. Geef dat deze man en vrouw, die de voor- en tegenspoed van hun leven met blijmoedig hart op zich nemen, zich moeite blijven geven de weg van Christus te gaan. Daarom bidden wij:

 

Allen:  Heer, hernieuw de trouw van wie U dienen.

 

Heilige Vader, alles hebt U zo beschikt dat de duurzame verbondenheid in het huwelijk een toonbeeld is van christelijk leven. Sta er dan voor in, dat alle echtgenoten die getuigen van uw liefde in de wereld waarin wij leven, daardoor ook beeld zijn van het heilswerk van uw Zoon. Daarom bidden wij:

 

Allen:  Heer, hernieuw de trouw van wie U dienen.

 

P:        God, in de goede ordening van de schepping heeft de gemeenschap van mensen haar vaste grondslag. Luister dan in uw medeleven met ons naar de gebeden van hen die U dienen en eren. Vervul hun wensen, om in het voetspoor van de heilige Familie U altijd te loven in de vreugde van uw huis. Dat vragen wij U door Christus onze Heer.

Allen:  Amen.

 

367    VOORBEDE

 

P:        Laten wij bidden om de barmhartigheid van God, de almachtige Vader, die in zijn voorzienigheid heeft gewild dat ... en ... in hun echtelijke liefde, trouw en vrucht­baarheid een beeld van de heilsgeschiedenis zijn:

 

Allen               Versterk hun liefde en hun trouw.

 

Heilige Vader, die trouw  wordt genoemd en die de naleving van uw verbond verlangt en vergeldt, wil ... en ... die vandaag de verjaardag van hun huwelijk vieren, met uw zegeningen vervullen.

 

Allen               Versterk hun liefde en hun trouw.

 

Heilige Vader, die leeft in eenheid en liefde met uw Zoon en de heilige Geest, geef aan ... en ... die het huwelijkssacrament ontvingen in liefde trouw kunnen blijven aan U en elkaar.

 

Allen               Versterk hun liefde en hun trouw.

 

Heilige Vader, die het huwelijk tot een voorbeeld hebt gemaakt voor het christe­lijk leven, geef dat ... en ..., samen met alle andere gehuwden in deze wereld mogen getuigen van uw liefde en uw trouw.

 

Allen               Versterk hun liefde en hun trouw.

 

P:        U, God, Schepper van al wat is, loven en prijzen wij. In het begin hebt Gij man en vrouw gemaakt, opdat zij samen een levens- en liefdesgemeenschap zouden vormen. Wij willen U tevens danken omdat Gij het gezin van .. en ... hebt willen zegenen als beeld van de eenheid van Christus en de kerk. Zie vandaag goedgunstig op hen neer en verstevig onophoudend het huwelijksver­bond van deze gemeenschap die Gij bewaard hebt in vreugde en moeilijkheden. Vermeerder hun liefde en bevestig hun band van vrede zodat zij (omringd door hun kinderen) zich steeds in uw zegen mogen verheugen. Door Christus, onze Heer.

Allen               Amen.

 

368    VOORBEDE

 

P:         Broeders en zusters, blij en dankbaar gedenken wij nu dat God met zijn bijzondere gave de trouw en de liefde van ... en ... heeft bevestigd en gezegend. Bidden wij dan voor hen tot de Heer en vertrouwen wij hun leven aan Hem toe.

 

Voor ... en ... bidden wij, die door hun huwelijksbelofte met elkaar verbonden zijn, dat het hun steeds goed mag gaan in goede gezondheid naar lichaam en geest. Laat ons bidden:

 

Allen:      Heer onze God, wij bidden U verhoor ons.

 

Moge de Heer aan hun samenleven zijn zegen schenken in goede en kwade dagen, zoals Hij ook in Kana een teken gaf van Gods heiligende kracht. Laat ons bidden:

 

Allen:      Heer onze God, wij bidden U verhoor ons.

 

Moge het volk van God steeds meer toenemen in innerlijke kracht, zodat allen die in nood verkeren bij de wisselvalligheden van het leven van Godswege bijstand ervaren. Laat ons bidden:

 

Allen:      Heer onze God, wij bidden U verhoor ons.

 

Mogen alle gehuwden onder ons door Gods Geest nieuwe kracht ontvangen, zodat zij hun liefde verinnigen in een liefdevol samenzijn en blijvende aandacht voor elkaar. Laat ons bidden:

 

P:         God, uw Geest is liefde. Wees deze gehuwden nabij en schenk hun welwillend de Geest die één maakt. Mogen zij één van hart en geest het leven met elkaar blijven delen: dat niets hen zal scheiden die Gij zelf verbonden hebt; dat niets hen zal bedroeven die Gij zelf gezegend hebt. Zo bidden wij U door Christus onze Heer.

Allen:       Amen.

 

369    VOORBEDE

 

P:        Broeders en zusters, laten wij bidden voor dit ...- jarig bruidspaar, voor alle ge­huwden        en ongehuwden, voor hun noden en verlangens.

 

            Bidden wij voor ... en .... die eens hun trouwbelofte hebben uitge­sproken, dat de Heer hun samenzijn blijft zegenen en dat hun leven gedragen wordt door een waarachtige christelijke liefde. Laat ons bidden:

 

Allen:  Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.

 

            Voor allen die het moeilijke besluit namen van elkaar te scheiden, dat zij niet verbitterd raken maar naar nieuwe wegen zoeken en kracht vinden in de liefde van Uw Zoon voor alle mensen. Laat ons bidden:

 

Allen:  Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.

 

            Voor hen die hun man of vrouw verloren hebben en alleen achterbleven, om troost voor hun verdriet en dat zij Gods hulp ondervinden. Laat ons bidden:

 

Allen:  Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.

 

            Voor de (overleden) ouders van ... en ... aan wie zij zoveel te danken hebben, die hen zovele jaren hebben begeleid en van wie zij zoveel goeds hebben geleerd (dat zij mogen rusten in de vrede van de Heer). Laat ons bidden:

 

Allen   Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.

 

            Voor alle mensen die hier aanwezig zijn, dat deze viering een uitno­diging mag zijn om te geloven dat ware liefde nog bestaat. Laat ons bidden:

 

Allen   Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.

 

            Voor familieleden en vrienden die niet op deze dag aanwezig konden zijn, dat zij toch delen in de feestvreugde dankzij de verbondenheid van onze liefde. Laat ons bidden:

 

Allen   Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.

 

            Om vrede tussen alle mensen in deze wereld; dat de kracht van de liefde zal zegevieren over oorlog en onrecht. Laat ons bidden:

 

Allen   Heer onze God, wij bidden U, verhoor ons.

 

P:         Heer onze God, laat steeds uw ogen rus­ten op dit ...-jarig bruidspaar en op allen die vragen om uw hulp, zodat mensen elkaar mogen vinden in geloof en twijfel, in sterkte en zwakheid, en eenmaal met U mogen deelheb­ben aan het hemels brui­loftsmaal. Door Christus onze Heer.

Allen:       Amen.

 

 

371. GELOOFSBELIJDENIS  

 

·       Als u in uw jubileumdienst graag het geloof willen belijden, mag dat, maar het is niet verplicht. Als u er voor kiest, is het wel het beste daarvoor de onderstaande formule te kiezen, of het Latijnse credo ; u belijdt immers het geloof zoals de kerk waarin u getrouwd bent dat belijdt, en die doet dat met de volgende woorden :

 

Ik geloof in God, de almachtige Vader, Schep­per van hemel en aarde en in Jezus Christus, zijn enige Zoon, onze Heer, die ontvangen is van de heilige Geest, geboren uit de maagd Maria, die geleden heeft onder Pontius Pila­tus, is gekruisigd, gestorven en begraven. Die nedergedaald is ter helle, de derde dag verrezen uit de doden. Die opgestegen is ten hemel, zit aan de rechterhand van God, de almachtige Vader. Van daar zal Hij komen oor­delen de levenden en de doden. Ik geloof in de heilige Geest, de heilige katho­lieke Kerk, de gemeenschap van de heiligen, de vergeving van de zonden, de verrijzenis van het lichaam en het eeuwig leven. Amen.

 

 

 

 

DIENST VAN DE EUCHARISTIE

 

 

410. KLAARMAKEN VAN HET ALTAAR / LIED of MUZIEK

 

·       In een Eucharistieviering wordt altijd het altaar klaargemaakt: brood en wijn worden op het altaar geplaatst en met gebeden aan God opge­dragen. Ondertussen wordt er (meestal) gecollecteerd. Ondertussen kan er een lied worden gezongen.

 

 

424-426. GEBED OVER DE GAVEN

 

·       Het klaarmaken van het altaar wordt besloten met het gebed over de gaven. Dit wordt altijd voorafgegaan door de inleiding "Bidt broe­ders..." en wordt afgesloten met één van de onderstaande gebeden, de nrs. 425 en 426.

 

P:        Bidt, broeders en zusters, dat mijn en uw offer aanvaard kan worden door God, de al­machtige Vader.

Allen:  Moge de Heer het offer uit uw handen aannemen tot lof en eer van zijn Naam, tot welzijn van ons en van heel zijn heilige Kerk.

 

424               GEBED 1

 

P:        Getrouwe God, aanvaard in deze gaven van brood en wijn onze inzet voor de schepping en onze genegenheid voor elkaar. Heilig het verbond van ... en ... in ons midden, bekrachtig ook onze onderlinge liefde en versterk onze toewijding aan U. Door Christus onze Heer.

 

Allen:       Amen.

 

425               GEBED 2

 

P:        God, aanvaard de gaven die wij U aanbieden voor ... en ... . Maak deze offerande voor hen tot een rijke bron van vrede en vreugde. Door Christus onze Heer.

 

Allen:  Amen.

 

426               GEBED 3

 

P:        God, aanvaard de gaven die wij U dankbaar aanbieden voor ... en ... . Gij weet dat zij al deze jaren samen vanuit hetzelfde geloof hebben geleefd. Verhoor hun gebed en schenk hen alles wat tot eenheid en vrede strekt. Door Christus onze Heer.

 

Allen:       Amen.

 

 

 

 

 

431-434. HET GROTE DANKGEBED

 

·       In het Grote Dankgebed (Ook wel ‘Tafelgebed’ of ‘Eucharistisch Gebed’ genoemd) worden brood en wijn het Lichaam en Bloed van Christus. Het is het belangrijkste gebed van de Eucharistieviering. U kunt kiezen uit de vier verschillende varianten onder de nrs.431 t/m 434. Het is niet toegestaan zelf een andere tekst voor dit gedeelte te maken of te kopiëren, dan die hieronder staan.

 

431

 

P:        De Heer zij met U.

Allen:  En met uw geest.

P:        Verheft uw hart.

Allen:  Wij zijn met ons hart bij de Heer.

P:        Brengen wij dank aan de Heer onze God.

Allen:  Hij is onze dankbaarheid waardig.

 

P:        Goede Vader, wij prijzen en danken U om de wonderen van uw liefde. Ja, wij brengen U dank, levende God, want vanaf het begin van de wereld worden leven en liefde één en vrucht­baar door de adem van uw Geest. Wees gezegend om Jezus, hier in ons midden. Door U gezon­den, heeft Hij ons uw liefde geo­penbaard, zich vrijwillig voor ons prijsgege­ven. Door Hem loven en aanbidden U bruid en bruide­gom, hun ouders, hun vrienden, wij al­len. Met de engelen en de heiligen verkondi­gen wij uw heerlijkheid en zingen U toe vol vreugde: (en wij juichen en zeggen:)

 

Allen:  Heilig, heilig, heilig de Heer de God der hemelse mach­ten. Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid. Hosanna in den hoge.  Gezegend Hij die komt in de Naam des Heren. Hosanna in den hoge.

 

P:        Gij zijt waarlijk heilig, Heer van het heel­al, want toen Gij de mens gemaakt hebt naar uw beeld, hebt Gij hen man en vrouw gemaakt. Gij hebt in hun hart de liefde gelegd waar­door de één tot de ander gaat en nieuw leven wordt geboren. Gij zijt de ziel van hun lief­de en op de hoeksteen van hun verbond bouwt Gij de gemeenschap der mensen.

 

Om het verbond met de mens te hernieuwen hebt Gij uw ge­liefde Zoon in onze wereld gezonden. Door Hem hebt Gij de eenheid van man en vrouw vernieuwd en het huwelijk gemaakt tot het zegel van hun verbintenis en tot een bijzon­der teken van uw liefde voor ons.

 

Goede Vader, om U te danken voor uw wondere daden, doen wij hier wat Jezus heeft gedaan, toen zijn uur was gekomen om zijn leven te geven.

 

Wij bidden U: zend nu uw heilige Geest over dit brood en deze wijn, dat zij worden tot Lichaam en Bloed van uw Zoon, tekenen van uw verbond met ons.

 

Terwijl Hij met zijn leerlingen zijn laatste maaltijd hield, nam Hij het brood, sprak de dankzegging uit, brak het en gaf het aan zijn leerlingen met deze woorden:

            Neemt en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn Li­chaam, dat voor u gegeven wordt.

 

Na de maaltijd nam Hij de kelk, sprak opnieuw de dankzeg­ging uit, en gaf hem zijn leerlin­gen met deze woorden:

            Neemt deze beker en drinkt hier allen uit, want dit is de beker van het nieu­we, altijddurende verbond, dit is mijn Bloed, dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden. Blijft dit doen om Mij te geden­ken.

 

Verkondigen wij het mysterie van het geloof.

 

Allen:  Als wij dan eten van dit Brood en drin­ken uit deze Beker, verkondigen wij de dood des Heren totdat Hij komt.

 

P:        Goede Vader, wij gedenken de dood van uw ge­liefde Zoon, bewijs van zijn liefde voor ons tot het uiterste toe. Wij gedenken ook zijn verrijzenis en zijn ingaan in uw heer­lijk­heid, waarop onze hoop is gegrondvest ééns te mogen leven bij U. Aanvaard welwillend het offer van Christus, dat het offer is geworden van heel uw gezin.

 

Denk toch, Heer, aan uw Kerk, verspreid over de hele we­reld. Gij wenst haar schoon als een bruid, jong, vrij en trouw.

 

Moge uw Geest haar altijd leiden op de weg van waarheid en eenheid in gemeenschap met uw geliefde Zoon.

 

God van alle verbond en alle leven, Gij hebt de handen van ... en ... bij hun trouwbelofte ineengelegd en hun harten samengesmeed om elkaar hun leven te schenken. Bestendig de genegen­heid waarmee Gij vandaag dit bruids­paar omringt, en bevestig hun liefde die uit­gaat naar U.

 

Gedenk ons allen, die hier bijeen zijn in vreugde en gebed. Versterk onze band met de herders van uw volk, paus ... en onze bisschop ...

 

Wij bidden U ook voor al degenen die het ge­luk kennen lief te hebben en te worden be­mind; mogen zij een steun en bemoediging zijn voor hun broeders en zusters.

 

Wij smeken U, toon ook uw goedheid aan zove­len die zijn teleurgesteld in hun verlangen naar geluk en liefde. Wees Gij hun vrede, vertroosting en hoop, zodat zij de vreugde hervinden te leven in uw liefde, dienstbaar aan anderen.

 

Ontvang allen die ons dierbaar zijn en ons naar U zijn voorgegaan, met open armen in uw heerlijk­heid, uw rijk van vrede.

 

God, onze Vader, Gij wilt ons geluk. Verle­vendig onze liefde tot U en onze hoop samen bij U te wonen, met de maagd Maria, de moeder van Jezus, met de ontelbare menigte van hei­ligen, om U te loven en te prijzen door Je­zus, uw welbeminde Zoon.

 

Door Hem en met Hem en in Hem zal uw Naam geprezen zijn Heer onze God, almachtige Va­der, in de eenheid van de heilige Geest, hier en nu en tot in eeuwigheid.

Allen:              Amen.

 

 

 

 

432   

 

P:        De Heer zij met U.

Allen:  En met uw geest.

P:        Verheft uw hart.

Allen:  Wij zijn met ons hart bij de Heer.

P:        Brengen wij dank aan de Heer onze God.

Allen:  Hij is onze dankbaarheid waardig.

 

P:        Heilige Vader, almachtige eeuwige God, om recht te doen aan uw heerlijkheid, om heil en genezing te vinden zullen wij U danken, altijd en overal. Gij hebt de mensen door een geschenk van uw goedheid geschapen en hen een bijzondere waardigheid verleend: want de levensgemeenschap van man en vrouw is een beeld van uw goddelijke liefde. Deze mensen, door uw liefde geschapen roept Gij onophoudelijk tot de plicht van liefde; en het is u bedoeling dat zij eens uw eeuwige liefde zullen delen. Zo is het huwelijk een sacrament, dat uw goddelijke liefde openbaart en de liefde van mensen heiligt, door Christus onze Heer. Door wie wij samen met de engelen en alle heiligen U aanbidden en U toezingen vol vreugde:

 

Allen:  Heilig, heilig, heilig de Heer de God der hemelse mach­ten. Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid. Hosanna in den hoge.  Gezegend Hij die komt in de Naam des Heren. Hosanna in den hoge.

 

P:        God onze Vader, wij danken U met heel ons hart, want Gij hebt ons tot leven geroepen, Gij hebt ons bestemd voor het geluk in Jezus, uw Zoon onze Heer. In Hem zien wij uw goed­heid en uw wil om ons allen te redden. Hij is het verlossende Woord, uw helpende hand. Nooit willen wij vergeten, hoe Hij één werd met ons in lijden en dood. Onze last maakte Hij tot de zijne, zijn trouw werd de onze. Blijvend zijn wij U dank verschuldigd om Hem.

 

God onze Vader, wij vragen U: zend over dit brood en deze wijn de kracht van uw heilige Geest; dat zij voor ons het Lichaam en Bloed worden van uw veelgeliefde Zoon, Jezus Chris­tus.

 

Toen het paasfeest op handen was, kwam zijn uur. Hij had de zijnen in de wereld bemind; nu gaf Hij hun het bewijs van zijn liefde tot het uiterste toe.

 

In het bewustzijn dat Hij van U was uitgegaan en naar U terug­keerde, heeft Hij het brood in zijn handen genomen, en zijn ogen opgeslagen naar U, God zijn almachtige Vader, de zegen uitgespro­ken, het brood gebroken en aan zijn leerlingen gegeven met de woorden:

            Neemt en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn Lichaam, dat voor u gegeven wordt.

 

Zo nam Hij ook, toen zij gegeten hadden, de beker in zijn handen, Hij sprak de zegen en het dankgebed, reikte hem over aan zijn leer­lingen en zei:

            Neemt deze beker en drinkt hier allen uit, want dit is de Beker van het nieu­we altijddurende verbond, dit is mijn Bloed dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zon­den. Blijft dit doen om Mij te gedenken.

Verkondigen wij het mysterie van het geloof.

 

Allen:  Als wij dan eten van dit Brood en drin­ken uit deze Beker,  verkondi­gen wij de dood des Heren, tot dat Hij komt.

 

P:        Trouw aan dit woord, Vader, gedenken wij Je­zus Christus uw Zoon onze Heer: zijn overgave in lijden en dood, de overwinn­ing van zijn verrijzenis en de glorie van zijn hemelvaart; wij bieden U deze gaven aan, het levende Brood en de heilzame Beker, terwijl wij vol vertrouwen uitzien naar zijn komst in heer­lijkheid.

 

Zend nu, Vader, de Trooster en Helper in ons midden, uw heilige Geest. Wek de gezindheid van Jezus Christus in ons hart. Sterk ons vertrouwen, verruim onze liefde. Raak ons met het vuur van uw Geest en breng ons elkaar nabij.

 

Vrijmoedig in deze Geest bidden wij U, Vader, voor uw heilige Kerk. Bescherm haar en leid haar; geef haar vrede en eenheid in de hele wereld. Geef wijsheid en kracht aan onze paus ..., aan onze bis­schop ... en aan allen die Gij als herders in uw Kerk hebt aanges­teld.

 

Gedenk in uw goedheid ook degenen die en bij­zondere plaats in­nemen in ons hart en vergeet niet hen, die door de dood van ons zijn heen­gegaan.

 

Samen met heel uw volk, met de maagd Maria, de moeder van de Heer, met de apostelen, mar­telaren en al uw heiligen; samen met allen die op U hun vertrouwen hebben gesteld, vra­gen wij om uw barmhartigheid, erkennen wij uw grootheid en brengen wij U onze dank, door Christus onze Heer.

 

Door Hem en met Hem en in Hem zal uw Naam geprezen zijn, Heer onze God, almachtige Va­der, in de eenheid van de heilige Geest, hier en nu en tot in eeuwigheid.   

Allen:              Amen.

 

433   

 

P:        De Heer zij met U.

Allen:  En met uw geest.

P:        Verheft uw hart.

Allen:  Wij zijn met ons hart bij de Heer.

P:        Brengen wij dank aan de Heer onze God.

Allen:  Hij is onze dankbaarheid waardig.

 

P:         Heilige Vader, almachtige eeuwige God, om recht te doen aan uw heerlijkheid, om heil en genezing te vinden zullen wij U danken, altijd en overal door Christus onze Heer. Een nieuw verbond hebt Gij gesloten met uw volk; door het geheim van Christus' dood en verrijzenis, zijn nu de mensen verlost; zo hebben zij deel aan uw goddelijk wezen, en de heerlijkheid van Christus wordt hun erfdeel in de hemel. Het verbond van man en vrouw hebt Gij gemaakt tot een teken van overvloedige genade; telkens toont Gij ons in de viering van dit sacrament het onuitsprekelijke plan van uw liefde. Daarom aanbidden wij U, samen met de engelen en alle heiligen, en zingen wij U toe vol vreugde:

 

Allen:  Heilig, heilig, heilig de Heer de God der hemelse mach­ten. Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid. Hosanna in den hoge.  Gezegend Hij die komt in de Naam des Heren. Hosanna in den hoge.

 

P:        Hemelse Vader, met eerbied noemen wij uw naam. Altijd zijt Gij met ons op weg, en dichter dan wij durven dromen, zijt Gij bij ons wanneer uw Zoon ons samenbrengt rond deze altaartafel, waar wij uw liefde vieren met brood en beker. Zoals eens op de weg naar Emmaus ont­sluit Hij nu voor ons de Schrift en wij her­kennen Hem in het breken van het brood.

 

Daarom bidden wij, almachtige God: beadem met uw Geest dit Brood en deze wijn, zodat Jezus Christus in ons midden komt in de gaven van zijn Lichaam en zijn Bloed.

 

Want op de avond voor zijn lijden nam Hij onder de maaltijd brood en sprak tot U het dankgebed. Hij brak het brood en gaf het aan zijn leerlingen terwijl Hij zei:

            Neemt en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn Li­chaam, dat voor u ge­geven wordt.

 

Zo nam Hij ook de beker met wijn en sprak opnieuw het dankgebed. Hij gaf hem aan zijn leerlingen en sprak:

            Neemt deze beker en drinkt hier allen uit, want dit is de beker van het nie­uwe, altijddurende verbond, dit is mijn Bloed dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zon­den. Blijft dit doen om Mij te geden­ken.

Verkondigen wij het mysterie van het geloof.

 

Allen:  Als wij dan eten van dit Brood en drinken uit deze Beker, verkon­digen wij de dood des Heren totdat Hij komt.

 

P:        Oneindig goede Vader, wij vieren de gedachte­nis van onze verzoening en wij verkondigen de liefde die Gij ons betoont. Uw Zoon is door het lijden en de dood gegaan, en, tot nieuw leven opgewekt, is Hij ingetreden in uw heer­lijkheid.

 

Zie met genegenheid neer op dit offer en er­ken erin uw eigen Zoon die zijn leven heeft gegeven en zijn bloed vergoten opdat voor alle zoekers de weg naar U, Vader, geopend en begaanbaar zij.

 

Barmhartige God, laat de Geest van Jezus in ons wonen en vervul ons met uw liefde. Sterk ons door de ga­ven van zijn Lichaam en zijn Bloed en maak nieuwe mensen van ons; dat wij op Jezus gelijken.

 

Bescherm onze paus ... en onze bisschop ..., leer alle gelovi­gen van uw Kerk de teke­nen van deze tijd te ver­staan en maak hen trouw in de beleving van uw evangelie. Maak ons herbergzaam van hart voor alle mensen rondom ons; dat wij, delend in hun vragen en hun pijn, in hun vreugden en hun hoop, hen de weg aantonen die naar uw liefde leidt.

 

Erbarm U, Vader, over onze broeders en zus­ters die in de vrede van Christus naar U zijn teruggekeerd, en over alle gestorvenen waar­van Gij alleen het geloof hebt gekend. Breng hen tot het licht van de verrijzenis.

 

En als ook onze weg ten einde loopt, neem ons dan op in uw huis, waar plaats is voor velen. Schenk ons de vervulling van onze levenslange hoop; overvloedig leven in uw heerlijkheid.

 

Laat ons toe in de gemeenschap van uw heili­gen; dat wij met Maria, de maagd en moeder Gods, met uw apostelen en martela­ren, en al de anderen die U genegen zijn, dankbaar uw Naam aanbidden en U prijzen door Jezus Christus onze Heer.

 

Door Hem en met Hem en in Hem zal uw naam geprezen zijn, Heer onze God, almachtige Va­der, in de eenheid van de heilige Geest, hier en nu en tot in eeuwigheid.

Allen:              Amen.

 

434

 

P:        De Heer zij met U.

Allen:  En met uw geest.

P:        Verheft uw hart

Allen:  Wij zijn met ons hart bij de Heer.

P:        Brengen wij dank aan de heer, onze God.

Allen:  Hij is onze dankbaarheid waardig.

 

P:        Ja, het is een voorrecht, een hoge en heilza­me plicht, dat wij U, heilige Vader, altijd en overal danken door Jezus Christus, de Zoon van uw welbeha­gen. Hij is uw eigen Woord  waardoor Gij alles geschapen hebt. Hem hebt Gij tot ons gezonden als Heiland en Verlos­ser. Hij is vlees geworden door de heilige Geest en uit een Maagd geboren. Om uw wil te vervullen en U een heilig volk te verwerven, strekte Hij zijn handen uit, opdat Hij door zijn lijden aan de dood een eind zou maken en de verrijzenis klaar als de dag voor onze ogen zou doen stralen. Daarom stemmen wij in met de engelen en met alle heiligen roemen wij uw heerlijkheid en wij juichen en zeggen:

 

Allen:  Heilig, heilig, heilig de Heer de God der hemelse mach­ten. Vol zijn hemel en aarde van uw heerlijkheid. Hosanna in den hoge.  Gezegend Hij die komt in de Naam des Heren. Hosanna in den hoge.

 

P:        Gij zijt waarlijk heilig onze Heer, de bron van alle heiligheid. Heilig dan deze gaven met de dauw van uw heilige Geest, dat zij voor ons worden tot Lichaam en Bloed van Je­zus Christus onze Heer.

 

Toen Hij werd overgeleverd en vrijwillig zijn lijden op zich nam, nam Hij het brood, sprak de dankzegging uit, brak het en gaf het aan zijn leerlin­gen met deze woorden:

            Neemt en eet hiervan, gij allen, want dit is mijn Lichaam, dat voor u gegeven wordt.

 

Zo nam Hij na de maaltijd ook de kelk, sprak opnieuw de dankzeg­ging uit, en gaf hem zijn leerlingen met deze woorden:

            Neemt deze beker en drinkt hier allen uit, want dit is de beker van het nieu­we, altijddurende verbond, dit is mijn Bloed, dat voor u en alle mensen wordt vergoten tot vergeving van de zonden. Blijft dit doen om Mij te gedenken.

 

Verkondigen wij het mysterie van het geloof.

 

Allen:  Heer Jezus, wij verkondigen uw dood en wij belijden tot Gij weder­keert, dat Gij ver­rezen zijt.

 

P:        Zijn dood en verrijzenis indachtig, God, bie­den wij U aan het levensbrood en de kelk van het heil. Wij danken U, omdat Gij ons waardig keurt om voor uw aangezicht te staan en uw heilige dienst te verrichten.

 

Zo delen wij in het Lichaam en Bloed van Christus en wij smeken U, dat wij door de hei­lige Geest worden vergaderd tot één enige kudde.

 

Denk toch, Heer, aan uw Kerk, verspreid over de hele wereld, dat haar liefde volkomen wordt, één heilig volk met ..., onze paus en ..., onze bisschop, en allen die uw heilig dienstwerk verrichten.

 

Denk ook, Heer aan ... en ..., die dank zij U vandaag hun huwelijk vieren: geef dat zij door uw goedheid hun liefde voor elkaar bewaren,

 

Gedenk ook onze broeders en zusters die reeds ontslapen zijn in de hoop der verrijzenis, ja alle gestorvenen dragen wij op aan uw zorg. Neem hen aan en laat hen verschijnen in het licht van uw gelaat.

 

Wij vragen U: ontferm U over ons allen, opdat wij tezamen met de maagd Maria, de moeder van Christus, met de apostelen en alle heiligen die hier eens leefden in uw welbehagen, waar­dig bevonden worden het eeuwig leven deelach­tig te zijn en U loven en eren. Door Jezus Christus uw Zoon.

 

Door Hem en met Hem en in Hem zal uw naam geprezen zijn, Heer onze God, almachtige Va­der, in de eenheid van de heilige Geest, hier en nu en tot in eeuwigheid.

Allen:              Amen.

 

 

 

450. ONZE VADER

 

Allen:  Onze Vader, die in de hemel zijt, uw Naam worde geheiligd, uw Rijk kome, uw wil geschiede op aarde zoals in de hemel. Geef ons heden ons dagelijks brood; en vergeef ons onze schuld, zoals ook wij aan anderen hun schuld vergeven; en leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van het kwade.

 

465-466. ZEGENINGSGEBED

 

·       U kunt kiezen uit de onderstaande nummers, 465 en 466.

 

465

 

P/D:  U, God, Schepper van al wat is, uw naam loven en prijzen wij, want man en vrouw hebt Gij in het begin gemaakt om een gemeenschap van leven en liefde te stichten. U brengen wij ook onze dank, want ... en ... die U zijn toegewijd, hebt Gij aanzien geschonken door hun huisgezin te zegenen: zo zijn zij beeld van de eenheid tussen Christus en zijn geloofsgemeenschap, de kerk.

Wij bidden U: zie op deze dag vol liefde naar hen, en zoals Gij hun samenzijn behoed hebt in goede en kwade dagen, schenk ook nu onverminderd nieuwe kracht aan hun verbondenheid in het huwelijk. Doe hen groeien in liefde, bestendig hun band van vrede en laat hen zo (temidden van hun kinderen) vreugde vinden in w zegeningen tot in lengte van dagen. Door Christus onze Heer.

Allen:          Amen.

466

 

P/D:     God, Gij hebt de onverbrekelijke band van het huwelijk een diepe betekenis gegeven: Gij hebt haar gemaakt tot het sacrament van de eenheid van uw Zoon Jezus Christus met zijn bruid, de kerk. Zie dan met genegenheid naar ... en ..., die door het huwelijk met elkaar zijn verbonden. Zij vragen om uw bijstand en roepen de bescherming in van de maagd Maria. Mogen zij elkaar in voor-en tegenspoed hun liefde blijven bewijzen, elkaar behulpzaam zijn, met zorg, in een band van vrede, de eenheid bewaren van hart en geest. God, laat hen vreugde vinden in uw nabijheid die hun arbeid steunt, sterkte ervaren door uw aanwezigheid die hun noden lenigt; U steeds weer erkennen als de ware bron die hun vreugde vervult. Dat vragen wij U door Christus onze Heer.

 

Allen:    Amen.

 

 

470. VOORBEREIDING OP DE COMMUNIE

 

·       Dit gedeelte is altijd hetzelfde.

 

P:        De vrede des Heren zij altijd met u.

Allen:  En met uw geest.

 

P:        Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld, 

Allen:  ontferm U over ons.

P:        Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld,

Allen:  ontferm U over ons.

P:        Lam Gods dat wegneemt de zonden der wereld,

Allen:  geef ons de vrede.

 

P:        Zalig zij, die genodigd zijn aan de Maaltijd des Heren.

            Zie het Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld.

 

Allen:  Heer, ik ben niet waardig dat Gij tot mij komt.

            maar spréék en ik zal gezond worden.

 

COMMUNIE en LIED/MUZIEK

 

·       Meestal gaan bruid en bruidegom onder twee gedaanten te communie (hostie en kelk).

 

 

485-486. GEBED NA DE COMMUNIE

 

·                     Voor dit gebed kunt u kiezen uit de onderstaande nummers.

 

485

 

P:   God, Gij hebt in uw goedheid deze echtgenoten ... en ... (met hun kinderen en vrienden) aan uw altaar uitgenodigd. Wij bidden U: laat hun onderlinge verbonden­heid zo toenemen dat zij eens samen mogen aanzitten aan het eeuwig feestmaal. Door Christus onze Heer.

Allen:              Amen.

486

 

P:   Heer, gesterkt door de goede gaven van uw altaar vragen wij U: bewaar deze echtgenoten ... en ... nog lange jaren voor elkaar, totdat Gij hen beiden, in hoge ouderdom, laat aanzitten aan uw eeuwig feestmaal. Door Christus onze Heer.

 

Allen:              Amen.

 

 

532. SLOTWOORD, PLECHTIGE ZEGEN EN BEZOEK AAN MARIA

 

P:                    God, de Vader almachtig schenke u zijn vreugde.

 

Allen:          Amen.

 

P:                     De eniggeboren Zoon van God zij u in voor- en tegenspoed liefdevol nabij.

 

Allen:          Amen.

 

P:                    De Geest die heiligt vervulle uw hart altijd met zijn liefde.

 

Allen:          Amen.

 

P:                    En U allen die hier aanwezig zijt, zegene de almachtige God, Vader, Zoon en heilige Geest.

 

Allen:          Amen.

 

Na de zegen kunnen bruid en bruidegom naar het Maria-altaar/Maria-beeld gaan om zich aan Maria toe te wijden